laosSLOWBOAT MEKONG22 augustus 20268 min lezen

De slowboat over de Mekong

Twee dagen op een houten boot vol losse autostoelen, met een overnachting in Pakbeng. Traag, luidruchtig en precies daarom de moeite.

Houten slowboat vaart over de Mekong tussen de groene heuvels van Noord-Laos

De slowboat van Huay Xai naar Luang Prabang doet er twee volle dagen over, met een overnachting in Pakbeng halverwege. Sinds de Laos-China trein hetzelfde soort afstand in twee uur aflegt, klinkt het niet als een logische keuze. En toch is de slowboat voor veel backpackers het hoogtepunt van hun Laos-trip, juist omdat er twee dagen lang helemaal niks moet. Beetje diertjes kijken, chillen en genieten.

Voor ongeveer €20 voor het hele traject krijg je twee dagen Mekong: jungle, zandbanken, dorpjes waar de boot even aanlegt, buffels langs de oever en een schemering aan boord die langzaam omslaat van verveling in zen. Hieronder alles wat je moet regelen, inclusief het enige competitieve moment van de reis: de sprint om een zitplaats.

Hoe werkt de slowboat van Huay Xai naar Luang Prabang?

Het traject is opgeknipt in twee dagen varen. Dag 1 vertrek je vanuit Huay Xai, de grensplaats tegenover het Thaise Chiang Khong, ergens tussen half tien en elf: de boot gaat pas los als hij vol genoeg is, dus een exacte vertrektijd bestaat niet. Na een uur of zes tot zeven leg je aan in Pakbeng, waar je overnacht. Dag 2 vertrek je rond half negen, negen uur 's ochtends en vaar je nog eens zes tot acht uur naar Luang Prabang. De tweede dag is doorgaans de langste, en hoe lang precies hangt af van de waterstand.

Tickets koop je aan de pier in Huay Xai, bij een lokethuisje de heuvel op tegenover de boten. Reken op ongeveer €20 voor het hele traject (bronnen en seizoenen verschillen, tussen de 400.000 en 500.000 kip). Je kunt ook per dag los betalen, en tickets voor de tweede dag koop je dan gewoon in Pakbeng of op de boot. Guesthouses en agents in Huay Xai verkopen pakketjes inclusief tuktuk naar de pier; dat is makkelijk, maar je betaalt een toeslag ten opzichte van het loket.

Eerst de grens over: Chiang Khong naar Huay Xai

Kom je vanuit Thailand, dan ga je de Mekong over via de Friendship Bridge 4, zo'n tien kilometer buiten beide stadjes. De volgorde: Thaise uitreisstempel, verplichte shuttlebus over de brug (een paar baht), aan de Laotiaanse kant je visa on arrival regelen of je e-visum tonen, en dan een songthaew of tuktuk naar de boot-pier in Huay Xai. Reken op tot een uur voor de grensformaliteiten en trek voor het hele stuk ruim de tijd uit.

En hier zit de valkuil waar de meeste reisgidsen overheen stappen: de vroegste bus vanuit Chiang Rai naar Chiang Khong vertrekt tegenwoordig pas rond half acht. Tel daar twee uur rijden, de grens en de tuktuk bij op en je snapt dat de boot van diezelfde ochtend halen krap tot ronduit riskant is. Het veilige scenario is de avond ervoor slapen in Chiang Khong of Huay Xai en de volgende ochtend zonder stress naar de pier gaan.

Nog twee dingen voor je bij de boot staat. Bij de pier staat welgeteld één pinautomaat, dus regel je cash eerder. En vul vooraf de LDIF in, het digitale in- en uitreisformulier van Laos, minstens drie dagen voor je de grens over gaat. Bij de start gold die verplichting nog niet op deze grenspost, maar de uitrol naar alle grenzen is aangekondigd en het kost je niks. Hoe dat formulier werkt staat in de gids over het visum voor Laos.

De boot: losse autostoelen en een sprint om 8 uur

De slowboat is een houten longboat met tweedehands auto- en busstoelen die los op blokken staan, aangevuld met houten banken. Zitplaatsen zijn vrij, en vol is vol. Wie laat komt, zit achterin naast de motor (herrie, uitlaatgassen) of op de vloer tussen de bagage. In het hoogseizoen zitten de boten afgeladen vol.

Daarom is er elke ochtend precies één wedstrijd: rond acht uur bij de boot staan voor een stoel die niet in de machinekamer staat. Vooral op dag 2 in Pakbeng, als iedereen het systeem doorheeft, is het dringen. Verlies je die sprint, dan zit je zeven uur op de vloer naar een dieselmotor te luisteren.

Aan boord is een simpel toilet en een winkeltje met water, noodles, bier en snacks, tegen grofweg het dubbele van de walprijs. Sla je eten en drinken dus in bij de kraampjes in Huay Xai of Pakbeng: sandwiches, snacks en je eigen voorraad Beerlao. Neem ook iets zachts mee voor op de houten banken en een trui voor de wind over het water. Je bagage verdwijnt onder de banken of op een stapel voor- en achterin, en verbaas je niet als er halverwege wordt geschoven voor de gewichtsverdeling.

Onderweg stopt de boot bij rivierdorpen waar locals op- en afstappen. Dit is geen toeristentreintje maar gewoon openbaar vervoer dat toevallig door een van de mooiste rivierlandschappen van Zuidoost-Azië vaart.

De nacht in Pakbeng

Pakbeng is een dorp dat vrijwel volledig om de slowboat-stop draait: één straat met guesthouses en restaurants voor mensen die één nacht blijven. Vooraf boeken hoeft niet per se. Er zijn meer guesthouses dan de boeking-apps tonen, en bij aankomst staat het halve dorp je met uithangborden op te wachten. Wie wel vooraf boekt, krijgt vaak gratis ophaal- en wegbrengservice van en naar de boot en slaat het gedoe aan de pier over. Let bij dat gedoe even op: opdringerige bemiddelaars proberen soms te dure kamers te slijten, dus loop gerust door naar het dorp.

Een privékamer kost tegenwoordig zo'n €18-23, vaak met aircon; de simpelste kamers zitten daaronder (vanaf ongeveer €10). Het eten in het dorp is de laatste jaren flink verbeterd, al loont het bij drukte om je eten vast te bestellen. Wie na twee dagen houten banken zin heeft in comfort: er zit zelfs een luxe lodge in het dorp.

Aankomst in Luang Prabang: je bent er nog niet

De boot legt niet aan in Luang Prabang zelf, maar bij de pier van Ban Don, zo'n tien kilometer buiten het centrum. De reis is bij het aanmeren dus nog niet klaar. De hack: koop je tuktuk-kaartje bij het officiële hokje boven aan de trap in plaats van te onderhandelen met de chauffeurs aan het water. Reken op een paar euro per persoon; de prijs is de afgelopen jaren flink opgeschoven, dus pin je niet vast op oude bedragen uit andere blogs. Wat je in de stad zelf moet doen staat in de gids over Luang Prabang.

Wanneer is de beste tijd voor de slowboat?

De waterstand bepaalt hoe lang en hoe comfortabel de reis is. In het droogseizoen (december tot april, met het dieptepunt rond februari-maart) staat de rivier tot wel tien meter lager: zandbanken en rotsen steken uit en de trajecten duren langer. In het regenseizoen is de rivier juist hoog en snel, met drijfhout, en kunnen afvaarten geschrapt worden bij overstromingen. Het mooiste moment volgens vrijwel iedereen die erover schrijft: net na het regenseizoen, rond half oktober, met een volle rivier en een groen landschap. Het hoogseizoen loopt van november tot februari, dus dan is de stoelensprint het felst.

Er worden overigens dammen gebouwd op dit stuk van de Mekong, onder andere bij Luang Prabang. Niemand weet precies wat dat voor de route betekent, maar eeuwig blijft die niet zoals hij nu is.

Speedboot, bus of toch de slowboat?

Hetzelfde traject kan sneller. De speedboot doet het in vijf tot zes uur voor grofweg €15 tot €35 (de bronnen lopen nogal uiteen): zes man in een bootje van kanoformaat, met 60 kilometer per uur over een rivier vol rotsen en drijfhout, helm verplicht, zwemvesten niet altijd voor iedereen. Er zijn in het verleden dodelijke ongelukken gebeurd en bij laag water worden ze geregeld stilgelegd. Je bespaart er één dag mee en levert er comfort, uitzicht en een flinke veiligheidsmarge voor in. Ook zonder ongeluk is vijf uur naast een brullende motor geen pretje. Wie echt haast heeft kan beter de bus nemen (twaalf tot vijftien uur over bergwegen voor een paar euro) of gewoon vliegen.

Aan de andere kant van het spectrum varen luxeboten hetzelfde traject in dezelfde twee dagen: kleine boten met ligstoelen, lunch aan boord en een nette lodge in Pakbeng, vanaf zo'n €180 per persoon. Prima product, alleen betaal je dan negen keer de prijs om hetzelfde water te zien.

De slowboat zelf blijft de sweet spot: traag genoeg om Laos binnen te laten komen, goedkoop genoeg om er geen moment spijt van te hebben. Neem een boek mee, een kaartspel en genoeg Beerlao, en verlies vooral die stoelensprint niet.